In vuur en vlam
De vrienden van Jezus waren bang en verdrietig omdat Jezus gestorven was. Al het vuur is er uit! maar vandaag gebeurt er iets….
In de lezing horen we over een heleboel lawaai, alsof het heel hard begon te waaien, en er waren ook een soort ‘vlammen’.
Wat daar in die tijd precies gebeurd is, dat weten we niet. Er zijn geen foto’s van en ook geen krantenartikelen.
Maar één ding is zeker: er is met die leerlingen iets gebeurd, waardoor ze allemaal heel enthousiast werden, niet meer bang. En ze begonnen te vertellen over Jezus en over wat Hij allemaal gedaan had.
Ze worden aangestoken door het vuur van de Heilige Geest, die hen in vuur en vlam zet. Ze willen zich niet meer verstoppen. Ze willen vertellen dat God bijzondere en grote dingen heeft gedaan. Ze willen aan iedereen vertellen hoe bijzonder Jezus was.
Dat is ook wat ze gaan doen: maar niet allen gaan ze vertellen over Jezus, nee ze gaan ook doen wat Jezus deed: in woorden dus, of door vriendelijk te zijn, door lief te zijn, liefde te geven, door muziek, door mee te leven en mee te lijden met mensen die verdriet hebben, door mensen hoop te geven en moed, door te zijn zoals God dat bedoeld heeft. En dat hebben we nu verwerkt in vlammen van papier.
Mag ik de kinderen en andere mensen die een vlam hebben gekregen uitnodigen deze vlammen hier voren te laten zien en voor te lezen.
De eerste
vlam is de vlam van de taal:
Door woorden
als ‘proficiat’, ‘bedankt’, leuk gedaan’, goed zo’ geeft deze vlam warmte aan
de mensen om je heen.
De 2e
vlam is de vlam van de zon:
Door opgewekt
te zijn of vriendelijk kun je voor mensen een zonnetje zijn.
De derde vlam
is de vlam van de liefde:
Deze vlam
geeft warmte door allerlei manieren waarop je voor anderen aandacht hebt en
voor anderen iets betekent.
De vierde
vlam is de vlam van de muziek:
Die kun je in
je oren hebben om naar te luistern en in je mond om te zingen, in je handen om
mee te spelen en in je voeten om mee te dansen.
De vijfde
vlam is de vlam van het medelijden:
Wanneer je zelf
vervelende dingen meegemaakt hebt, kun je meevoelen met anderen. Ook als je
geen moeilijke dingen hebt meegemaakt, kun je proberen met anderen mee te leven
en zo warmte en licht door te geven.
De zesde vlam
is de vlam van de hoop:
Door vol
verwachting te kijken naar de toekomst, krijg je kracht en moed; daardoor geef
je anderen vertrouwen om te leven.
De zevende
vlam is God:
God die zijn
vonken uitstraalt in alles wat leeft, dus ook in ons hart.
Daardoor kun
je stralen voor anderen.
Zo altijd te leven en te doen, is niet zo gemakkelijk.
Daar hebben we soms wat hulp bij nodig. Dat belooft Jezus zijn leerlingen en
dus ook ons. En die hulp noemen we: de heilige Geest. een
kracht die je niet ziet, maar wel soms kunt voelen. Dat vieren we vandaag op
het Pinksterfeest. En om die Geest willen wij vandaag ook bidden.
Zeggen we daarom samen de zin, die op uw blaadje staat:
Wij hopen dat wij allemaal mensen worden
waar de vlammen uitslaan en de vonken vanaf springen.
Amen.