‘Laat komen
Hij die brengen zal vrede, verlangend zien wij naar Hem uit.’ Spreekt daaruit
niet een verlangen naar een wereld die anders is dan de wereld waarin wij nu
wonen? Een verlangen naar een wereld, waar iedereen - niemand uitgezonderd - menswaardig
kan leven? Een wereld waar ouders toekomst zien voor hun kinderen, een wereld
waar het milieu niet bedreigd wordt door onverantwoord
gedrag?
Maar de wereld waarin wij
leven vandaag, lijkt daar zo ontiegelijk ver van verwijderd. Meer dan ooit
spreken wij van crisis, en dat op allerhande terreinen: een financiële crisis, de ondergang
van banken; een economische crisis die daar het gevolg van is; een
klimaatcrisis (in Kopenhagen begint morgen een topconferentie - het
voortbestaan van onze aarde staat op het spel); en er is ook sprake van crisis
in de kerk, de leegloop, de kerksluitingen, het tekort aan priesters, het
arrogante en dominante gedrag van sommige kerkleiders, die vaak niet verstaan
wat mensen bezig houdt.
En als wij het woord crisis
gebruiken, is onze eerste gedachte dan eigenlijk niet altijd negatief? We
denken dan eerst en vooral aan iets rampzaligs, iets onheilspellends, en vragen
ons angstig af: waar moet dat naar toe? Maar een tijd van crisis nodigt juist
uit tot nadenken, tot pas op de plaats maken en nieuwe wegen gaan. Elke crisis
nodigt uit om terug te kijken op de weg die wij gingen, om ons af te vragen of die
weg wel de juiste was. Elke crisis biedt ons de kans om een nieuwe start te
maken.
Misschien
gaan onze ogen open en ontdekken wij dat we eigenlijk het spoor zijn bijster geraakt. Macht, geld,
carričre, positie, ellebogenwerk zijn de gangbare patronen, niet alleen in die
grote wereld maar ook vaak dichtbij tussen mensen. En wij ontdekken, dat wat wij
nastreven, ons niet echt gelukkig maakt. Wij stevenen af op meer ellende,
armoede, geweld, onderdrukking en onvrijheid.
Als ik welke crisis dan ook
- financiële crisis, economische crisis, klimaatcrisis, crisis in de kerk of
misschien ook wel in mijn persoonlijk leven -
zó wil verstaan, als een oproep tot bezinning en een nieuwe kans, dan ga
ik aan de slag. Dan
klinkt het profetenwoord in het evangelie vandaag als muziek in de oren: ‘Bereid
de weg van de Heer, maak zijn paden recht; elk dal zal worden gevuld, elke berg
en heuvel geslecht; bochtige wegen worden recht, oneffen paden vlak; en alle
mensen zullen de redding zien die van God komt.’
Toch zijn er mensen die
denken dat Gód die mooie wereld, die ‘stad van vrede’ maar moet scheppen. Zij
voelen zich niet geroepen om zelf in actie te komen. Zij wachten op een wonder.
Maar die andere betere wereld, ‘de stad van vrede’, komt niet zomaar uit de
lucht vallen. Wij krijgen die mooie wereld niet op een schaaltje aangereikt; zo
werkt het niet. Wij mensen hebben een eigen verantwoordelijkheid.
Die bestaat hierin: dat
wij - levend in deze wereld - durven leven vanuit het visioen van ‘de stad van vrede’. Met andere
woorden: dat wij, die in deze wereld leven, niet klakkeloos met de grote meute meedoen, maar tegen
de stroom dúrven ingaan, en daden stellen, die eigenlijk thuis horen in die
visioenwereld, in ‘die stad van vrede’. Wij moeten zélf actief worden, zélf over onze bijdrage
aan een nieuwe wereld nadenken en zélf stenen aandragen voor die ‘stad van
vrede’. Gerechtigheid is de weg die naar die stad van vrede leidt. Wij zijn
ervoor toegerust om die weg te gaan, om gerechtigheid te doen.
Het
is mogelijk om wat krom en ón-recht is, recht
te trekken; gerechtigheid
ligt in mensenhanden. Wij staan niet onmachtig, als wij onze krachten bundelen.
Ja, wat krom is, moet recht getrokken worden. Wij gaan ertegen aan of de
toekomst van óns afhangt. Gerechtigheid is het werk van ons mensen sámen.
En
als ik dat zeg ‘gerechtigheid is het werk van ons mensen samen’, dan denk ik bij
wijze van voorbeeld aan onze wereldwinkel hier in onze kerkgang, een bescheiden
tafeltje met producten uit de zuidelijke, koffie, thee, cacao, honing en
handwerkjes; vrijwilligers verzorgen dit met veel enthousiasme. En als wij iets
kopen, gaan onze gedachten naar mensen ginds, die daarmee toekomst opbouwen
voor hun kinderen en - dankzij ons - fier en rechtop door het leven kunnen gaan.
Als
wij bedenken, dat wat krom/on-recht is door mensen veroorzaakt
is, dan moeten wij het ook voor mogelijk houden, dat wíj dat kromme weer recht
kunnen trekken, dat wíj onrecht weer ongedaan kunnen maken. Gerechtigheid doen
ligt in mensenhanden. We staan er niet alleen voor; we leven in deze parochie
als een kleine gemeenschap van mensen in die grote wereld. Als wij ons
samenpakken als gemeenschap, kunnen wij er wat aan doen, kunnen wij stenen
aandragen voor die ‘stad van vrede’…. gaan-de-Weg.