Wat een feest wanneer zij
daar, in het West Afrikaanse land Siërra Leone, zelf
mogen bepalen wat zij verbouwen en de vruchten van het werk/oogst mogen
genieten. Wat een feest wanneer zij mogen leven tot hun levensdagen vervuld
zijn. Wat een feest wanneer zij vredig en gelukkig mogen wonen in huizen, die
zij met eigen hand hebben gebouwd, onbedreigd door graaiende grootmachten. Wat
een feest wanneer zijzelf kunnen werken aan het verbeteren van hun
leefomstandigheden, zodat hun kinderen niet meer voortijdig sterven. Wat een feest wanneer zij hun kinderen
naar school kunnen sturen en zo aan een betere toekomst werken en de spiraal van
honger en armoede doorbreken.
Hoe gelukkig zijn wij hier
Ja, wat een feest zal dat
zijn voor hen! Maar zover is het nog niet. Het is nog altijd een droom, die nog
niet verwezenlijkt is. De realiteit van hun leven is hard. De levensverwachting
in Siërra Leone is 40 jaar. Kindersterfte is 316 op
1000; een op de drie kinderen sterft voordat zij de volwassen leeftijd halen,
en de helft daarvan is zuigeling. Het zijn schrikbarende cijfers; als ik nu
even een stilte laat vallen, voelen we misschien de pijn en het verdriet dat
ouders daar moeten hebben.
Ja, de werkelijkheid van hun leven is hard, heel hard.
Toen ik, bijna 50 jaar
geleden, naar Afrika vertrok voor de eerste keer, had ik ook een droom. Ik had een koffervol ingrediënten (in 12 jaar bijeen vergaard) om
de blijde boodschap te brengen. Wij zouden hen uit de ellende halen, de
beschaving brengen, Ik werd gesteund door een heel thuisfront
Maar ik heb sindsdien veel
geleerd mijn ogen zijn open gegaan. Ik heb ontdekt dat Afrika zichzelf kan redden. Ik heb
ontdekt waar hun armoede vandaan komt. Zij hebben rijkdommen (SierraLeone bij voorbeeld is eigenlijk een rijk land, met
vruchtbare grond en diamanten in de bodem), maar hun rijkdom verdwijnt
grotendeels in de zakken van graaiende buitenlandse bedrijven, die onder één
hoedje spelen met corrupte regeringsleiders. Hun rijkdom komt niet ten goede
aan de mensen zelf, een ander gaat ermee strijken.
Ik heb ook ontdekt dat zij
krachtige capabele mensen hebben, die hier iets aan kunnen/willen doen, mannen
en vrouwen die zich willen inspannen om de situatie te verbeteren. Ik heb hen
ontmoet, jonge mannen en vrouwen uit de YCS studentenbeweging, geen
carrièrejagers maar mensen, die bereid zijn om zich volledig in te zetten voor
hun volk en hun land.
En het is
mijn heilige overtuiging, dat missie anno 2009 betekent: wij blanken uit het
westen moeten bescheidener worden; wij moeten áfleren te denken dat alleen wij
westerlingen hen kunnen helpen en dat zij daar, zonder ons, niets kunnen.
Wij moeten áánleren om naast
deze krachtige mensen te gaan staan, in vriendschap en solidariteit, aan hen
het initiatief te laten, en hen daarin te steunen.
Enkele van deze capabele
mensen hebben we deze week in ons midden, Nog steeds met argwaan bekeken door
de Nederlandse ambassade die zeurde om hun een visum te geven,
Wij willen hen ondersteunen
bij hun inspanning om hun droom te verwezenlijken. Hun middelen aan de hand
doen om hun kinderen/dochters op te leiden…. en een
grotere rol te laten spelen in de toekomst van hun land, om te zorgen dat hun
kinderen niet sterven en dat mensen hun leven vol mogen leven tot op hoge
leeftijd. De eerste lezing eindigde met deze woorden: ’Zij en hun nakomelingen
zullen gezegend zijn door Jahweh.’ Mag ik zeggen: Dat God met hen is,
zullen zij ervaren, als wij met hen zijn?