'Als
je mij lief hebt’ zegt het evangelie, zult je mijn geboden onderhouden.' Waar
liefde is, worden plichtplegingen niet als zwaar ervaren. Waar liefde is tussen
een tussen man en vrouw, tussen ouder en kind, wordt deze relatie niet bepaald
door regels, waar beiden zich aan verplichten en elkaar op aanspreken, maar is
het juist de liefde, die de relatie draagt. Liefde is de motor, de bron van
energie die nodig is om de dingen te doen, die natuurlijk gedaan moeten worden
in een gezin en die door een buitenstaander best als zwaar gezien kunnen
worden. Maar mensen, die van elkaar houden, vinden dat geen last maar juist een
manier om hun liefde tot uitdrukking te brengen.
Een
Nederlands echtpaar was op bezoek in Afrika. Zij maakten een wandeling in het
dorp, waar zij te gast waren en raakten geboeid door een groepje enthousiast spelende
kinderen. Maar een van de kinderen, een meisje van een jaar of acht, kon niet
meedoen. Zij stond aan de kant toe te kijken, met een klein kind in een
draagdoek op haar rug, zoals dat gebruikelijk is in Afrika. Het echtpaar keek
meelijdend naar dat meisje dat niet mee kon spelen, en zei: 'Jammer hè? Het is
zeker zwaar?' Toen antwoordde het meisje: 'Het is mijn zusje!' Plichtplegingen, die ingebed zijn in
een relatie van liefde, worden niet als een last gevoeld maar met liefde gedaan. 'Mijn zusje ís niet zwaar, zij is toch mijn zusje!'
Wij mensen
zijn vaak allergisch voor woorden als wetten, voorschriften, geboden en
dogma's. Deze woorden doen al gauw denken aan dingen die moeten en dingen die
niet mogen. We hebben er moeite mee, omdat we ons in
onze vrijheid en eigen verantwoordelijkheid voelen aangetast. We voelen de spanning
tussen dat wat ons van boven opgelegd wordt, en dat wat we diep in onszelf
aanvoelen als juist, de spanning tussen de stem van buiten en de stem van
binnen. En wat heeft dan het laatste woord, het hoogste gezag? Wet of geweten?
Ook
de kerk van de eerste christentijd kent die spanning - we horen erover in de
eerste lezing - de spanning tussen de joodse christenen in Jeruzalem en de
niet-joodse christenen in Antiochië over de vraag, of
besnijdenis moet om volgeling van Jezus te kunnen zijn. Een heel fundamentele
kwestie, zo fundamenteel, dat een kerkvergadering werd belegd in
Jeruzalem om ze op te lossen. En een oplossing kwam er, in de geest van Jezus:
Niet de letter van de Tora werd gehanteerd, maar de
geest. “De heilige Geest en wij hebben besloten u geen onnodig zware last op te
leggen.”
Deze
benadering, de kern van de lezingen vandaag, is een brandende kwestie door alle
eeuwen heen, altijd actueel: de spanning - in kerk, in samenleving, in gezin,
in eigen leven, binnenin mij - tussen de letter van de wet en de geest, tussen
blinde gehoorzaamheid en eigen verantwoordelijkheid.
Ook
Jezus wordt in zijn openbare leven geconfronteerd met die spanning. Hij
wordt er telkens op aangesproken door Farizeeën en Schriftgeleerden. En telkens
zoekt Hij naar het hart - de volheid - van de wet, en wijst Hij erop, dat die
nieuwe benadering de kern van zìjn boodschap is.
“Denkt niet dat Ik gekomen ben om Wet en profeten op te heffen; Ik ben niet
gekomen om op te heffen, maar om de vervulling te brengen”, zegt Hij in Matheus
5, onmiddellijk na de Zaligsprekingen. En Hij geeft een aantal voorbeelden om
zijn benadering te illustreren. Zo maakt Hij duidelijk dat de sabbatwetgeving,
die door wetgevers in zijn tijd boven het leven gesteld wordt, Hem erg
irriteert. Bijna provocerend geneest Hij op de sabbat, onder de ogen van de schriftgeleerden. Het is niet de letter van de wet, maar de
geest van de wet die bij Hem prevaleert; het gaat Hem om het leven.
Die
spanning heeft altijd bestaan in onze kerk tot op de dag van vandaag, de
spanning tussen wet en liefde. Wat maatstaf dient te zijn in de kerk is niet de
letter van de wet, niet het dogma, maar het hart, de liefde, de uitdaging tot
leven, de bemoediging. Wij willen geen kerk, ‘die onnodig zware lasten oplegt’,
maar een liefdesgemeenschap van zusters en broeders. “Mijn zusje is niet
zwaar, ze is toch mijn zusje!” Wij willen geen kerk,waarin
de omgang tussen mensen gedicteerd wordt door wetten en dogma's van boven. We willen geen kerk, die - op grond daarvan - bepaalde mensen
uitsluit, die niet, nog niet, of niet meer, kunnen beantwoorden aan die wetten.
Wij hebben behoefte aan een kerk, waarin mensen in elkaar het goede
willen zien en willen bevestigen. Een kerk, waarin mensen elkaar de ruimte
geven om te kunnen leven en te kunnen groeien. Een kerk, waarin mensen elkaar
aanmoedigen en helpen, en - in het zó omgaan met elkaar - als zusters en
broeders, Gods aanwezigheid ervaren.