Veel mensen zetten zich vanuit een kerk of geloofsovertuiging in voor anderen, voor mensen die het moeilijk hebben, die ziek zijn of gehandicapt, die arm zijn of eenzaam, voor gekwetste en kwetsbare mensen. En het is voor hen vanzelfsprekend dat geloven een werkwoord is, dat je dat geloven handen en voeten moet geven in de praktijk. Al die vele vrijwilligers binnen en buiten de kerken zijn goud waard. Wij hebben er ook vele hier om ons heen. En zonder hen zou de maatschappij er veel beroerder uitzien.
Waar halen die mensen dat vandaan? Wat drijft hen, wat drijft ons als wij ons willen inzetten voor het geluk van anderen?
Volgens mij heeft dat met twee dingen te maken, die heel nauw met elkaar samenhangen:
Ten eerste met iets of Iemand in onszelf, die ons inspireert, een verbondenheid met Iemand of Iets dat groter is dan onszelf en dat ons van binnenuit het gevoel geeft dat je zo moet handelen zoals je doet; een soort innerlijke gedrevenheid, een stem in jezelf die meestal onbewust is maar je wel leidt.
Ten tweede hebben wij mensen vaak een visioen, een ideaal, een droom van over hoe het eigenlijk zou moeten zijn hier op aarde: voldoende welvaart en geluk voor iedereen op deze wereld, waar je ook woont of geboren bent, ongeacht je huidskleur of geloof.
En ik denk dat Jezus in de lezingen van vandaag iets wil zeggen over Zijn innerlijke inspiratiebron: Zijn verbondenheid met God, die hij zelfs zijn Vader noemt. Deze vertrouwelijke omgang van Jezus met God mogen ook wij ervaren, want wij zijn door Jezus ook met God verbonden en met zijn Liefde. Die bron kan ons inspireren en kracht geven om te werken aan die droom en dat ideaal van een mooie wereld voor iedereen.
Jezus heeft dat visioen niet alleen gehad, maar ook voorgeleefd. Hij heeft als het ware de droom van God over zijn rijk van vrede waargemaakt in zijn leven. En daarbij stond Jezus ook ín deze wereld, stond hij met 2 benen op de grond en stak de handen uit de mouwen. Maar Hij was niet van deze wereld, dwz hij wilde niet leven vanuit de wetten en regels die onze wereld, ook in die tijd al, zo kenmerkten. In Gods wereld is Liefde het uitgangspunt. En vanuit deze Liefde was Jezus in staat grootse dingen te doen. Vanuit die Liefde zijn ook wij in staat grootse dingen te doen.
Er zijn duizenden mensen, en meer, die zich vanuit deze liefde inzetten voor een betere wereld. Het zijn mensen die in het voetspoor van Jezus wel met beide benen in deze wereld staan, maar niet handelen vanuit de individualistische, op zichzelf gericht houding van deze wereld, die niet meedoen aan het mechanisme dat rijken rijker maakt en armen armer. Mensen die zich vasthouden aan die droom van een wereld waar het goed is om te wonen voor iedereen en van daaruit zien en doen wat gedaan moet worden om die droom meer werkelijkheid te laten worden.
In ons eigen leven kunnen we allemaal, op onze eigen manier en in onze eigen kring, werken aan die andere wereld.
Er is daarover een gedicht (uit het boek ‘Recht uit het hart’, verzameld door Kees Harte), die dit heel treffend verwoord:
Waar halen mensen de moed vandaan
om op te staan
met open ogen, het hoofd rechtop op weg te gaan
gewoon hun eigen weg.
Waar halen mensen de moed vandaan
om te spreken
recht op de man af, ongewapend, onbevreesd
gewoon met hun eigen woord.
Waar halen mensen de moed vandaan
om goed te doen en weg te schenken
zonder winst en zonder belang
gewoon hun eigen hart
Van die man uit Nazareth
die ons op het spoor van de vrede zet
en het goede woord dat hij tot ons zegt;
De Liefde die Hij in ons hart heeft gelegd.
Amen.