Vandaag worden we uitgedaagd na te denken over de vraag: wat betekent het als ik mezelf Christen noem?
Christen ben je niet op zondagmorgen als je naar de kerk gaat, of op woensdagavond als je met het koor repeteert, of naar een vergadering gaat. Christen ben je of je bent het niet, altijd en overal, op elk moment, of je je daar nu bewust van bent of niet. En daar komt het begrip ‘mentaliteit’ om de hoek kijken.
Stel dat ik aan Jezus zou vragen: ik wil wel lid worden van ‘Jouw Club’, maar ik doe al zoveel dingen en ik heb het druk, ik ben getrouwd en wil ook nog wel eens thuis zijn en naar mijn moeder gaan…. Jezus zou denk ik antwoorden: je snapt er ook niets van. Christen zijn, mij volgen staat niet los van je man/vrouw-zijn, van je familierelaties en van wat je doet in het leven. Christen ben je als vrouw, als vader, als kind, als werknemer, als wandelaar, als hele persoon. Je bent Christen of je bent het niet. En als je het wel bent, dat moet dat zichtbaar en merkbaar zijn in alles: in je gezond-zijn of ziek zijn, in je werk en bezigheden, in je relaties.
Want als er in je werk, in je relaties, in je familie dingen zijn of gebeuren die niet-christelijk zijn, waarvan je aanvoelt of weet dat ze haaks staan op de manier waarop Jezus met mensen omging, dan moet je dat afwijzen, ja zelfs haten. Ook en juist als het gebeurt door mensen, die je zeer nabij staan… En dat is zo lastig……
We herkennen het wel: de flauwe, soms zeer grove moppen over buitenlanders: neem ik stelling? Als ik onheus bejegend wordt (of dat denk), kan ik de ander dan toch in zijn waarde laten? Als in je familie de spot gedreven wordt met geloof, hoe sterk durf ik uit te komen voor mijn geloof en wat voor mij belangrijk is? Hoe oprecht is onze inzet voor een echt andere wereld, ook als dat ten koste gaat van mijn welvaart?